In dit artikel lees je in een paar korte stappen hoe je de service Melding Gevaarlijke Stoffen gebruikt.
Hoe werkt Melding Gevaarlijke Stoffen?
Gevaarlijke lading bij aankomst
In het bovenste deel specificeer je de gevaarlijke en/of schadelijke lading die bij aankomst van het schip in de haven aan boord is. Voor bulkschepen geef je dit per tank of ruim aan.
Handling per ligplaats
Het scherm toont automatisch alle ligplaatsen die tijdens het scheepsbezoek worden aangedaan, zoals opgegeven in het Visit-scherm. Per ligplaats geef je de ladingoperaties aan die daar plaatsvinden. Dit gaat in ieder geval om laad- en losactiviteiten. Voor liquid bulk specificeer je hier ook schoonmaakactiviteiten (wassen, ventileren) en inertiseren.
Gevaarlijke lading bij vertrek
Het PCS leidt de gevaarlijke en/of schadelijke lading bij vertrek automatisch af van jouw specificaties hierboven. Je hoeft hiervoor dus niets meer in te voeren.
In het PCS kan je Municipalities of Rotterdam, Dordrecht, Maassluis, Moerdijk, Papendrecht, Schiedam, Vlaardingen and Zwijndrecht. bij aankomst opvragen. Dit geldt ook voor het exit point; daar toont het PCS de lading die aan boord is bij vertrek uit de haven.
Compleet melden en versturen
Wanneer je klaar bent met het registreren van de gevaarlijke stoffen, klik je op Complete. Daarna opent het scherm waarin je de melding kan versturen.
Algemene functionaliteiten
Upload stuwageformulier
Je kan een leeg Excel-formulier downloaden en de gevaarlijke en/of schadelijke lading bij aankomst laten invullen door de gezagvoerder of bemanning. Het ingevulde formulier upload je vervolgens in het scherm en gebruik je in je melding aan de havenmeester.
Download stuwage bij vertrek
De gevaarlijke en/of schadelijke lading aan boord bij vertrek (automatisch berekend door het PCS) kan je downloaden als Excel-formulier. Je kan dit formulier later opnieuw uploaden voor een volgend bezoek.
Gedeeltelijk lossen van bulklading
Bij het specificeren van een losactiviteit kan je aangeven dat een tank of ruim slechts gedeeltelijk wordt gelost. Je geeft dan de hoeveelheid op die op die ligplaats wordt gelost.
Op basis van de hoeveelheid bij aankomst en de geloste hoeveelheid berekent het PCS automatisch hoeveel er nog aan boord is bij vertrek. Zo hoef je de gegevens van deze stof maar één keer in te voeren (bij de lading bij aankomst).
Vletwerk
In de meldapplicatie kan je nu ook eenvoudig vletwerk melden (laden en lossen binnen hetzelfde scheepsbezoek). Je doet dit door de ladingoperatie te melden bij de ene ligplaats en de losoperatie bij de andere ligplaats.
Doorvoeren (transit)
Bij doorvoeren van lading voer je deze in bij lading bij aankomst. Je hoeft voor deze lading geen handling aan te geven, omdat doorvoeren juist betekent dat er geen handling plaatsvindt. Het PCS neemt deze lading automatisch weer op bij lading bij vertrek.
Vloeibare bulk
Lading bij aankomst (Tanks at Arrival)
Je bent verplicht om lege, niet schone ladingtanks te melden aan de havenmeester.
Om overzicht te houden en te voorkomen dat je een of meer tanks vergeet, neem je in Tanks at Arrival de volledige tankconfiguratie van het schip op.
Daarna geef je per tank de status aan:
not empty – tank met lading
residue – restant achtergebleven na het lossen
not gas free – schoongemaakt maar niet geventileerd
empty – schoon en geventileerd
Voor elk van deze statussen voeg je inert toe als dat van toepassing is.
Slop-tanks
Je kan speciale sloptanks (of ladingtanks waarin waswater is opgeslagen) opnemen als reguliere ladingtanks, en daarbij de status Residue (inert) opgeven.
In de tankcodering voeg je een S toe op de derde positie om aan te geven dat het om een sloptank gaat. Bijvoorbeeld: 03SP, 04SS.
Als stofnaam vermeld je de meest bepalende stof waarvan het waswater afkomstig is. In het opmerkingenveld geef je aan dat het om waswater gaat.
Ladingoperaties (Handlings)
Per ligplaats geef je aan welke handling plaatsvindt en voor welke tank(s).
De typen handling zijn:
Discharge
Washing
Ventilation
Loading
Blending
Inerting
Alleen tanks die zijn opgenomen in Tanks at Arrival kan je selecteren bij de handling op een ligplaats.
Het PCS bepaalt op basis van de tankstatus automatisch welke soorten handling mogelijk zijn. Zo kan je Washing niet toepassen op niet-lege tanks. Op die manier verkleint het systeem de kans op invoerfouten.
Washing / Ventilation
Als er op een ligplaats wordt schoongemaakt, voeg je op die ligplaats een handling van het type Washing toe. Je kan hierbij aangeven of het gaat om een pre-wash of een medium/commercial wash.
Bij een commercial wash geef je ook de bestemming van het waswater aan:
aan boord in dezelfde tank
aan boord in een andere tank
ship-to-ship
van boord
Daarnaast kan je bij een commercial wash aangeven of er direct na het wassen geventileerd wordt.
Voor tanks die eerder al zijn gewassen en alleen nog geventileerd worden, gebruik je de handling Ventilation.Blending
Het bijladen van tanks met dezelfde stof kan je doen via een normale Loading-handling.
Wanneer er een andere stof aan de lading in een tank wordt toegevoegd en er daardoor een nieuwe (gevaarlijke en/of schadelijke) stof ontstaat, gebruik je de handling Blending. Daarbij geef je aan:
welke stof wordt bijgeladen (vrije tekst; hoeft niet gevaarlijk of schadelijk te zijn)
welke gevaarlijke en/of schadelijke stof hierdoor ontstaat
de hoeveelheid die is toegevoegd
Inerting
Om ervoor te zorgen dat het PCS de status van de tanks bij vertrek correct kan bepalen, is het belangrijk om ook eventuele inertisering van tanks te specificeren.
Droge bulk
Lading bij aankomst (Holds at Arrival)
In dit deel neem je de ruimen op waarin bij aankomst in de haven gevaarlijke en/of schadelijke lading aanwezig is.
Ruimen met bulklading die niet als gevaarlijk of schadelijk zijn aangemerkt, hoef je niet te melden (behalve als ze zijn ontsmet, zie onder).
Lege ruimen hoef je ook niet te melden.
Verschillende stoffen in één ruim
De meldapplicatie gaat uit van maximaal één stof per ruim. Als een ruim is verdeeld met tussenschotten en er dus verschillende stoffen aanwezig zijn, neem je deze als afzonderlijke Position op. Dit doe je bijvoorbeeld door een letter toe te voegen achter de ruim-identificatie.
Ontsmette lading
Voor bulklading die in het buitenland is ontsmet kan je bij de details van een ruim aangeven dat dit ruim Fumigated is. Vervolgens vul je de noodzakelijke gegevens in.
Naast deze melding moet je voor ontsmette lading een aanvullende verklaring insturen. Deze verklaring gaat over:
de inhuur van een gassingsdeskundige
het werken volgens een plan van aanpak (PvA)
akkoord van de ligplaatseigenaar
Ontsmette bulklading die geen gevaarlijke en/of schadelijke lading is
Deze lading kan voorlopig alleen worden gemeld als Breakbulk.
Daarbij vul je in:
Cargo: Fumigated Cargo transport unit UN 3359 Class 9
Position: het ladingruimnummer
Gross Weight: de hoeveelheid lading
Remarks: de naam van het gebruikte fumigant, de datum van behandeling met het ontsmettingsmiddel en de bedrijfsnaam van de gassingsdeskundige die de operatie leidt
Outer package: aantal = 1
Type outer package: NE – Unpacked
Verpakt (containers, trailers en general cargo)
Lading bij aankomst (Containers at Arrival)
In dit deel neem je de containers op waarin bij aankomst in de haven gevaarlijke en/of schadelijke lading aanwezig is.
Containers zonder gevaarlijke of schadelijke stoffen hoef je niet te melden.
Uitzondering: lege tankcontainers waarin nog ladingrestanten (inclusief dampen) aanwezig zijn. Bij deze containers geef je de betreffende stof aan en dat ze Unclean zijn. Het PCS zet de hoeveelheidsgegevens dan automatisch op nul.
Verpakkingen
Bij Outer packaging geef je de buitenste verpakkingslaag binnen de container aan (de container zelf geldt dus niet als verpakking).
Bij Inner packaging geef je de binnenste verpakkingen aan.
Stuwage containerschepen
Volgens ISO-standaard 9711-1 meld je de stuwage op containerschepen in het format Bay/Row/Tier: BBBRRTT.
Als het baaienummer minder dan drie cijfers bevat, zet je er een nul (0) voor.
Het PCS vult dit automatisch aan tot zeven posities.
Stuwage RO-RO-schepen
Containers op RO-RO-schepen meld je ook als container. Het formaat van de stuwagelocaties wijkt af van dat van containerschepen:
0011333XXX44
00 = Deck
11 = Lane
333 = Position
XXX = Reference Point (FOR of FRN)
44 = Level
Restowage
Wanneer tijdens laden of lossen transit-containers op een andere positie aan boord worden geplaatst, kan je dit eenvoudig aangeven met de handling Restow.
Per container geef je daarbij de nieuwe stuwagepositie op.
Lading bij aankomst (Trailers at Arrival)
In dit deel neem je de trailers op waarin bij aankomst in de haven gevaarlijke en/of schadelijke lading aanwezig is.
Trailers zonder gevaarlijke of schadelijke stoffen hoef je niet te melden.
Op dezelfde manier geef je ook vrachtwagens met vaste huif op waarin lading aanwezig is.
Bij Outer packaging vul je de buitenste verpakkingslaag binnen de trailer in.
Bij Inner packaging vul je de binnenste verpakkingen in.
Vrachtwagens en trailers worden meestal vervoerd op RO-RO-schepen. Het formaat van de stuwagelocaties op RO-RO-schepen is: Deck/Lane/Position(FOR of FRN)/Level.
Lading bij aankomst (Breakbulk on Arrival)
In dit deel neem je de stukgoeditems op die bij aankomst in de haven gevaarlijke en/of schadelijke stoffen bevatten.
Het PCS nummert deze stukgoeditems automatisch. Deze nummers gebruik je om de ladingitems te identificeren bij de losactiviteiten.
Bij Outer packaging vul je de buitenste verpakkingslaag van het stukgoed in. Bij Inner packaging vul je de binnenste verpakkingen in.
Gerelateerd aan