De informatie op deze pagina is gebaseerd op het scenariodocument van de Douane. Zoek je meer details, aanvullende uitzonderingen of uitgewerkte casussen? Raadpleeg dan het volledige document ATO Business Scenario's Maritiem of neem contact op met de Douane.
1. Vormen van de ATO
Maritieme aangevers kunnen de ATO op twee verschillende manieren indienen, namelijk in de vorm van:
- TSD bericht met master en housegegevens, of
- TSD bericht met alleen mastergegevens.
De TSD is de Temporary Storage Declaration: Het bericht dat een aangever dient te gebruiken om een ATO bij de Douane in te dienen.
2. Business scenario’s
2.1 Niet-Unie goederen
Er is geen verplichting om in de ATO naar de ENS te verwijzen als de goederen in een lidstaat van de Unie, of in Noord-Ierland, Zwitserland, Noorwegen, Liechtenstein of Andorra zijn geladen.
2.1.1 Nederland is de eerste haven in de Unie
Voor alle goederen aan boord van het schip is een ENS ingediend bij de Common Repository (CR). De Europese Douane zal dan een MRN toekennen aan de ingediende ENS. (voorbeeld: 26NL9876).
Indiening van de ATO
Voor goederen die in NL worden gelost, wordt ATO ingediend d.m.v. een TSD-bericht. In de TSD wordt op master niveau het MRN van de ENS als previous document vermeld.
2.1.2 Nederland is niet de eerste haven in de Unie
2.1.2.1 Goederen voor Nederland blijven in eerste haven aan boord van het schip
Voor alle goederen aan boord van het schip is een ENS ingediend bij de Common Repository (CR).
- De ENS heeft een MRN gekregen (voorbeeld: 26FR9876).
- In de andere lidstaat (voorbeeld: Frankrijk) blijven de goederen voor NL aan boord van het schip dat de goederen de Unie heeft binnengebracht.
Indiening van de ATO
- Voor goederen die in NL worden gelost, wordt ATO ingediend d.m.v. een TSD-bericht.
- In de TSD wordt op master niveau het MRN van de ENS als previous document vermeld
2.1.2.2 Goederen voor NL worden via ander schip naar NL gebracht (overlading)
Voor alle goederen aan boord van het schip is een ENS ingediend bij de Common Repository (CR).
- De ENS heeft een MRN gekregen (voorbeeld: 26FR9876).
- In de andere lidstaat (voorbeeld: Frankrijk) worden goederen voor NL overgeladen in ander schip.
- Goederen worden onder regeling douanevervoer (T1, of elektronisch manifest voor vervoer over zee als daar een vergunning voor afgegeven is) naar NL gebracht, of gaan in Frankrijk uit met een REN en vervolgens met een MFX. Voor maritiem is in Nederland altijd een TSD verplicht.
- Tijdens reis van andere lidstaat naar Nederland doet het schip geen haven buiten de Unie aan.
Indiening van de ATO
Voor goederen die in NL worden gelost, wordt ATO ingediend d.m.v. een TSD-bericht. In TSD hoeft niet naar MRN van ENS te worden verwezen (rule C-CARGO-014).
2.1.3 Registratie van de ATO (WEL ENS plicht)
2.1.3.1 ATO wordt ingediend maar de ENS ontbreekt
- Bij aanbrengen van niet-Uniegoederen moet de aangever in ATO naar MRN van ENS verwijzen.
- De Douane controleert of de ENS waarnaar wordt verwezen bekend is in NL. Indien ja, dan wordt ATO goed gekeurd. Indien nee, dan wordt ATO voorlopig goedgekeurd.
- Een tijdelijk goedgekeurde ATO wordt op het moment waarop de goederen in NL aankomen, opnieuw gevalideerd. Gecontroleerd wordt of de ENS, waarnaar in de ATO naar wordt verwezen, in de Common Repository bestaat.
- Als blijkt dat de ENS niet in de Common Repository bestaat, dan wordt de ATO definitief afgekeurd.
- De Douane beschouwt de goederen als aangekomen, wanneer het Havenbedrijf het bezoeknummer (CRN) dat de aangever heeft opgenomen in de ATO, meldt als aangekomen (ATA).
- Oplossing bij afwezigheid ENS: Cargadoor neemt contact op met die alsnog ENS indient en de ATO definitief kan worden geaccepteerd.
Onbeschikbaarheid van de Common Repository
Bij onbeschikbaarheid van de Common Repository kan de Douane besluiten om de noodprocedure in werking te laten treden.
Als Douane de ATA-melding ontvangt dat het vervoermiddel uit de ATO in NL is aangekomen, dan krijgen de goederen uit de ATO in NL de status aangebracht. Douane haalt dan de aanbrenginformatie (de zgn. PN – Presentation Notification) uit de ATO en de ATA en stuurt deze door naar de Common Repository.
De Common Repository stuurt alsnog de ENS-gegevens naar Douane.
Als de ENS op dat moment nog niet bekend is, krijgt de Douane een melding dat de ENS niet bekend is. De Douane ontvangt een afkeuringsbericht van de Common Repository met foutcode 90 (‘unknown MRN’). Het douane-systeem keurt de ATO op basis van de ontvangen foutcode af.
Als de Douane geen bericht van de Common Repository ontvangt, omdat deze onbeschikbaar is, dan wacht het Douanesysteem op een bericht van de Common Repository. De ATO wordt nog niet afgekeurd. Ook als de Common Repository het PN-bericht afkeurt (bijv doordat het zendingnummer onbekend is), dan blijft de ATO “voorlopig geaccepteerd”.
2.1.3.2 ATO voorlopig goedgekeurd
- Wanneer de ATO voorlopig is goedgekeurd dan wacht de Douane tot het aankomstmoment om te bepalen of de ATO definitief goed of afgekeurd wordt.
- De aankomst wordt afgeleid van de PN die resulteert in een bericht aan de CR.
- Is in de CR de ENS niet bekend dan ontvangt de Douane een bericht van de CR dat de betreffende ENS onbekend is en wordt de ATO afgekeurd.
- Is de ENS wel bekend dan ontvangt de Douane de ENS-gegevens en wordt de ATO goedgekeurd.
Mogen goederen de terminal verlaten
- Nee, binnengekomen goederen mogen de RTO niet verlaten omdat ze eerst een veiligheidsselectie op ENS (stopfunctie) moeten ondergaan.
- Zolang de goederen er nog niet zijn, mag geen aangifte voor de opvolgende regeling worden ingediend (uitzondering: vooraf aangifte).
2.1.3.3 Ontbreken ENS-housefiling en registratie van de ATO
Als een aangifte tot tijdelijke opslag (TSD) wordt ontvangen die verwijst naar een ENS die niet compleet is, dan wordt de aangifte tot tijdelijke opslag (gewoon) geaccepteerd (eindstatus), mits de MRN van de ENS waar de TSD naar verwijst, voorkomt in de CR.
Verwijzing naar de ENS is slechts één van de vereisten waaraan de TSD moet voldoen.
De Douane kan handhavende maatregelen nemen om te zorgen dat de ENS-housefiling alsnog wordt gedaan (na lossing blijven goederen in blokkade).
Aandachtspunten
- Is de supplementary declarant wiens EORI-nummer in het mastergedeelte van de ENS-filing wordt genoemd inderdaad de partij die de housegegevens gaat aanleveren? Klopt het EORI-nummer wel?
- Is de juiste F-filing gebruikt?
2.1.3.4 Extra aandachts punten bij de ATO registratie
Hoe gaan we om met ATA-carnets met heel veel HS-codes?
Voorwat betreftde ATAmet degrote hoeveelheidHS codesis ereen afspraakdat klantenmet ATACarnetten degoederen metde hoogstewaarde inde trailer/autogroeperen. Hetzelfdegeldt voorNATO Forms,waarbij ernu aleen uitzonderingmogelijk isin Portbase.Er zijngeen voorbeeldenbeschikbaar. Devraag iswel ofdit geaccepteerdblijft.
Hoe gaan we om met express- en postzendingen?
Voorexpress zendingenen postzendingenmoeten momenteelalle HScodes opgegevenworden. Devraag isof erin detoekomst eenalternatief zalkomen,mogelijk onderde noemer(F34)? Weervaren momenteeleen competitiefnadeel opde Calais-Doverroute enhopen dater eenoplossing inhet vooruitzichtligt.
Vermelding inside package unit in ENS en ATO
Een skid is een op maat gemaakt frame, meestal van metaal, waarop meerdere goederen kunnen worden geplaatst. Skids worden o.a. toegepast in de procesindustrie voor het (prefab) samenstellen van een complete installatie. Als voorbeeld kan deze bestaan uit een pomp, een tank, een warmte-wisselaar en een besturingspaneel.
ATO
Het totale aantal verpakkingen op basis van de kleinste externe verpakkings-eenheid moet worden gemeld. Voor de ATO kan men niet volstaan met het alleen vermelden van skids. Men zal de dozen van karton moeten vermelden (kleinste verpakkingseenheid).
ENS
Een aangever kan in de ENS volstaan met het vermelden van alleen skids.
2.2 Unie goederen
Voor Uniegoederen die van een haven in de EU naar een andere haven vervoerd worden, zonder een haven buiten het grondgebied aan te doen, hoeft geen ENS gedaan te worden. Hier is geen sprake van binnenbrengen.
ATO
- Voor Uniegoederen die in NL worden gelost, wordt ATO ingediend d.m.v. een TSD-bericht.
- In de TSD wordt niet naar de MRN van de ENS verwezen.
- In de TSD worden op masterniveau de zgn “supporting documents” opgenomen waarmee de aangever de Unie status kenbaar maakt.
- Voor alle goederen in de zending dient de aangever gegevens aan te leveren waarmee de Douane de Uniestatus kan controleren.
Mogelijkheden om Uniestatus aan te geven
- C552 T2LSM.
- C619 Scheepvaart manifest
- C620 Document T2LF.
- C621 Bewijs Douanestatus.
- N380 Handelsfactuur.
- N825 Document T2L.
Voor goederen die in de ATO als Uniegoederen worden aangegeven, wordt geen aanzuiveringsverplichting aangemaakt. De aangever dient wel een verwijzing naar het betreffende POUS-document op te nemen. Dit geldt ook voor niet-Uniegoederen waarbij een van de volgende coderingen wordt gebruikt in het veld ‘supporting documents’.
- C624 Formulier 302.
- N820 Transit declaration (T).
- N821 Extern communautair douanevervoer (T1).
- N822 Intern communautair douanevervoer (T2).
- N925 TIR Carnet.
2.2.1 Wijzigen niet-Uniestatus na aankomst goederen
- Goederen zijn in Nederland gelost en voor deze goederen is een ATO ingediend.
- Uit de ATO blijkt dat de goederen de status van “niet-Unie goederen” hebben.
- Aangever wenst de status van de goederen in de ATO aan te passen naar “Uniegoederen”.
Wijziging van de ATO
- Om de status van de goederen aan te passen, dient de aangever een gewijzigde ATO in.
- In de gewijzigde ATO neemt de aangever op masterniveau de zgn “supporting documents” op waarmee de aangever de Uniestatus kenbaar maakt.
- In de gewijzigde ATO wordt niet naar de MRN van de ENS verwezen, aangezien voor Uniegoederen geen ENS is vereist. Als het schip een niet-Uniehaven aandoet (bijv VK), dan geldt een ENS-plicht voor alle goederen aan boord van het schip.
- Voor goederen die zijn geladen in Noord Ierland geldt geen ENS verplichting. Voor deze goeden moet de laadplaats worden aangeduid met de plaatsnaam en de landcode (XI) en niet met een UNlocode. Wanneer wel de UNlocode wordt vermeld dan moet ook de MRN van de ENS worden genoemd in de ATO.
- Voor alle goederen in de zending dient de aangever gegevens aan te leveren waarmee de Douane de Uniestatus kan controleren.
- De aangemaakte aanzuiveringsverplichting wordt door wijziging van de ATO teruggedraaid.
- De aangever kan de ATO zelf wijzigen, ook na aankomst van de goederen. In tegenstelling tot de oude situatie, hoeft de aangever de wijziging niet meer aan te vragen via afdeling BU van de Douane.
2.3 Specials
2.3.1 Lege containers en trailers
| Shipper Owned | Niet-Shippers Owned | |
|---|---|---|
| ENS verplicht | Ja | Nee |
| TSD verplicht | Ja | Ja |
| AN via STI verplicht | Ja | Nee |
| Vervoersovereenkomst | Ja | Nee |
| Transportdoc. type TSD (gevuld) | Ja. N705 | Ja. N705 |
|
Transportdocument referentie nummer (gevuld) |
Ja. B/L zendingnummer | Ja. Intern () referentienummer |
| Verwijzing naar de ENS in TSD | Situationeel | Situationeel |
| Door Portbase in IFTCMS van TSD als verplicht stellen (nog af te stemmen met PB en maritiem) | Ja | Nee |
2.3.1.1 Niet-Shippers owned
- Lege containers van de vervoerder/rederij.
- Hiervoor is geen vervoersovereenkomst gesloten.
- Er hoeft geen ENS te worden ingediend, maar wel een ATO.
ATO indienen voor lege niet-shippers owned containers
- In TSD geldt geen verplichting om naar MRN van de ENS te verwijzen.
- In de TSD is het master document een verplicht gegeven. Het type en nummer dienen te voldoen aan de eisen uit de MIG Douane.
- Op basis van de TSD wordt geen aanzuiverings-verplichting aangemaakt, mits in de TSD in het veld “fullness” code A wordt ingevoerd om aan te geven dat de container leeg is. Deze voorwaarde geldt in de TSD voor alle niveaus waar lege containers staan vermeld (master, master item, house, house item).
- Aangifte van goederencode en gewicht zijn verplicht:
- 86 09 00 90 00 Containers en dergelijke laadkisten.
- Gewicht van de lege container is niet nul. Aangever bepaalt precieze gewicht.
2.3.1.2 Shippers owned
- Lege containers van een ander dan de vervoerder/rederij.
- Hiervoor is wel een vervoersovereenkomst gesloten.
- Er dient zowel een ENS als een ATO te worden ingediend.
- Of lege containers opgenomen moeten worden in de ENS is afhankelijk van de vraag of er een vervoersopdracht is voor de betreffende lege container. Als er een vervoersopdracht bestaat voor een lege container, dan is sprake van een zgn ‘shippers owned’ container. In dit geval moet de lege container worden aangegeven in de ENS
ATO indienen voor lege shippers owned containers:
Dit gebeurt op dezelfde wijze als bij niet-shippers owned containers. In de ATO zijn er geen verschillen tussen beide soorten lege containers,
2.3.1 Militaire goederen
ENS
- Bij binnenkomst van militaire container-zendingen in de Unie hoeft op grond van artikel 104, lid 1, letter h GVo.DWU voor deze militaire goederen geen ENS te worden ingediend.
- Er wordt gebruik gemaakt van een ‘Master NAVO-formulier 302’ dat op douanekantoor Rotterdam Maasvlakte, afdeling Binnenbrengen en Uitgaan (BU) ter behandeling wordt ingeleverd.
- Zie Douane hoofdstuk 10.00.00 (Binnenbrengen via zee), paragraaf 3.5.10 en hoofdstuk 12.80.00 Aangifte doen met het formulier 302.
ATO
- In TSD: geen verwijzing naar MRN van de ENS.
- Is er toch een ENS ingediend? Dan is verwijzing naar MRN van de ENS in de TSD optioneel.
- In de TSD dient code C624 (formulier 302) gebruikt te worden. De code wordt aangegeven onder de ‘supporting documents'. Code C624 kan op 2 niveaus worden opgeven op consignment-niveau of op house consignment-niveau.
- De TSD dient het referentienummer van het formulier 302 te bevatten. Elk formulier 302 heeft een uniek referentienummer dat in de TSD moet worden vermeld.
2.3.2 Cut & Run
- Het ongeplande vertrek van een schip uit de Nederlandse haven voordat alle goederen zijn gelost waarvoor een aangifte tot tijdelijke opslag is gedaan.
- Het schip keert daarna terug in de Nederlandse haven om de resterende goederen te lossen.
- Er hoeft geen nieuwe ENS te worden ingediend, aangezien het schip geen niet-Uniehavens aandoet.
- Doet het schip na het ongeplande vertrek een haven buiten de Unie aan, dan moet bij terugkeer naar de NL haven om de resterende goederen te lossen aan alle formaliteiten worden voldaan (ENS en/of ATO).
- Voor de bepaling of de goederen zijn aangekomen, is het bezoeknummer van het 1e bezoek (ATA) leidend.
ATO vereisten
- De aangever dient bij het eerste bezoek een ATO in voor de goederen die in Nederland gelost worden.
- Na terugkeer in de Nederlandse haven hoeft voor de bij het eerste bezoek nog niet geloste goederen waarvoor al een ATO is ingediend bij het eerste bezoek, geen nieuwe ATO te worden ingediend. Wel dient de aangever aan de Douane toestemming te vragen om deze regeling te mogen toepassen.
- Als in een andere haven goederen zijn bijgeladen die in een NL haven gelost worden, dan moet voor deze goederen wel een ATO gedaan worden.
- Als oorspronkelijk voor een NL bestemde goederen in een andere EU haven zijn gelost, dan moet de ATO voor deze goederen geroyeerd worden.
2.3.3 Second Call (re-entry)
- Een eerder binnengekomen schip verlaat na gedeeltelijke lossing de Nederlandse haven en doet een niet-Uniehaven aan. Het betreft hier een gepland vertrek uit de Nederlandse haven.
- Op een later tijdstip keert het schip terug naar de Nederlandse haven die hij eerder heeft verlaten om de rest van de lading te lossen.
- In de eerder ingediende ENS is een re-entry indicator vereist. Deze dient door de aangever bij het indienen van de ENS te zijn aangegeven.
ATO indienen
- De openstaande goederen op de eerste ATO worden geroyeerd (door de aangever van de ATO).
- De aangever van de ATO dient voor de second call een nieuwe ATO in.
- De nieuwe ATO is gelijk aan de eerste ATO:
- minus de al geloste lading tijdens het eerste bezoek in de eerst aangedane haven;
- minus geloste lading in de tussentijds aangedane haven mits deze gelost zou worden tijdens het eerste bezoek in de eerst aangedane haven;
- plus de bijgeladen lading in de tussentijds aangedane haven die gelost gaat worden tijdens het tweede bezoek na terugkomst in de eerst aangedane haven.
- Er dient een koppeling te zijn tussen het Call Reference Nummer en het B/L nummer.
2.3.4 Losverschillen
- Art 145 lid 3 DWU: Het uiterste moment waarop een ATO moet worden ingediend, is op het moment van aanbrengen van de goederen.
- Aanbrengen is het doen van een mededeling aan de Douane dat de goederen zijn aangekomen en dat ze beschikbaar zijn voor een douanecontrole.
- In de huidige situatie hoeven aangevers geen apart aanbrengbericht (Presentation Notification - PN) in te dienen. Deze kennisgeving hoeft in Nederland, behalve voor postzendingen wanneer die aankomen op het postsorteercentrum, niet ingediend te worden.
- Douane Nederland leidt het aanbrengen af uit de gegevens van de Notification of Actual Time of Arrival (ATA) en de aangifte voor tijdelijke opslag (ATO).
- Deze paragraaf behandelt situaties waarin voor de te lossen goederen geen ATO is ingediend en situaties met verschillen tussen de ATO en de daadwerkelijk geloste goederen (‘losverschillen’). De situaties hebben betrekking op goederen en ook op lege containers.
- Let op art 129 DWU (Wijziging en ongeldigmaking van een summiere aangifte bij binnenbrengen) en art 146 DWU (Wijziging en ongeldigmaking van een aangifte tot tijdelijke opslag).
- Voor meer informatie zie het Douane, hoofdstuk 10.00.00, onderdeel 3.7.2 Wijziging in de ATO en ongeldigmaking, 3.9 Verschillen (LINK) en in 4 Aanbrengen (LINK).
2.3.4.1 Bijvoeging overlanded units op al ingediende en geaccepteerde ATO na aankomst
- De aangever heeft een ATO ingediend, die door de Douane is geaccepteerd.
- Na lossing in Nederland blijkt dat er meer goederen zijn gelost dan in de ATO zijn vermeld.
Hoe dient de ATO te worden gewijzigd?
Situatie 1: Overlanded units waren al in ENS opgenomen
- Aangever dient aangepaste ATO in waarin de overlanded units zijn bijgevoegd (binnen 24 uur na ATD).
Situatie 2: Overlanded units waren nog niet in ENS opgenomen
- Aangever dient voor de overlanded units een nieuwe ENS in bij Common Repository. De bestaande ENS kan niet worden gewijzigd, omdat de goederen van die ENS al zijn aangebracht (ATO + ATA zijn gedaan).
- Aangever dient ATO voor overlanded units in met verwijzing naar MRN van nieuwe ENS.
2.3.4.2 Volledige royering/ongeldig making van ATO na aankomst
- De aangever heeft een ATO ingediend, die door de Douane is geaccepteerd.
- Het schip met de goederen is in NL aangekomen.
- De in de ATO vermelde goederen worden in het geheel niet in Nederland gelost (bijv a.g.v. uitwijk).
Hoe dient de ATO te worden gewijzigd?
Ongeldig making van de ATO
- Als een deel van de goederen die op de ATO staan vermeld niet in NL worden gelost, dan dient de aangever de ATO te wijzigen. Als alle goederen die op de ATO staan vermeld niet in NL zijn gelost, dan dient de aangever de ATO in te trekken.
- De ongeldig making van de ATO leidt tot het intrekken van de aanzuiveringsverplichting in het douanesysteem.
- De ongeldig making van de ATO leidt tot het intrekken van de aanbrenginformatie in de Common Repository als NL eerder een PN-bericht aan de Common Repository heeft gestuurd.
- De Douane annuleert een eventuele controle op de shortlanded goederen in Nederland niet automatisch. De aangever ontvangt een controle aanzegging. De aangever dient contact op te nemen met de Douane om de controle handmatig te laten annuleren.
2.3.4.3 Verwijdering shortlanded units na aankomst op ingediende en geaccepteerde ATO
- De aangever heeft een ATO ingediend, die door de Douane is geaccepteerd.
- Het schip met de goederen is in NL aangekomen.
- Een deel van de in de ATO vermelde goederen wordt niet in Nederland gelost (shortlanded).
Hoe dient de ATO te worden gewijzigd?
- Aangever wijzigt de eerder ingediende ATO. De ENS waarnaar in de ATO wordt verwezen, blijft in tact. Aangezien goederen al zijn aangebracht, kan ENS niet meer worden gewijzigd.
- De Douane zendt gewijzigde aanbrenginformatie naar de Common Repository.
- Als shortlanded goederen in een andere lidstaat worden gelost, dan dient de aangever daar een ATO in.
- Een eventuele controle op shortlanded goederen wordt bij uitwijk automatisch naar andere lidstaat verlegd.
- De ATO kan tot uiterlijk 90 dagen na indiening worden gewijzigd.
- De aangemaakte aanzuiveringsverplichting wordt door wijziging van de ATO aangepast.
2.3.5 TSD/REN transhipment service
- De REN kan/mag niet worden ingediend voordat de ATO is gedaan. Wel kan de REN gelijktijdig met de ATO worden ingediend, wat in praktijk veelvuldig gebeurt.
- REN-bericht wordt getriggerd op het moment waarop de ATO definitief is geaccepteerd en na ATA van het bezoek.
Toelichting
Confirmation of Exit wordt niet verzonden n.a.v. de REN. Aanzuivering van de ATO vindt pas plaats als de goederen aangegeven in de REN de Unie verlaten hebben. De kennisgeving van wederuitvoer wordt ingediend met behulp van elektronische gegevensuitwisselingstechnieken en verstrekt de Douane een Master Reference Number (MRN) aan de aangever. Een kennisgeving van wederuitvoer mag daarom niet worden ingediend vóór de actual time of arrival (ATA). Voor alle goederen die aan boord van een schip worden geladen om het douanegebied van de Unie te verlaten, moet een aangifte ten uitklaring worden gedaan. De aangifte ten uitklaring moet worden gedaan door de vervoerder door het op elektronische wijze inzenden van het douanemanifest bij uitgang (wordt ook wel ‘Bericht van lading’ genoemd - Customs Manifest at Exit – MFX). In het douanemanifest bij uitgang moeten in ieder geval worden vermeld het MRN van de REN. Het douanekantoor van uitgang bevestigd, uiterlijk op de werkdag volgende op de dag waarop de goederen het douanegebied van de Unie hebben verlaten, het uitgaan aan het douanekantoor van uitvoer met het bericht ‘resultaten bij uitgaan’
2.3.6 Houders van lijndienstvergunning
Houders van lijndienstvergunningen (RSS) hoeven na de overgang naar de nieuwe ATO (uiterlijk 16 november 2026, 12:00 uur) geen ATO meer in te dienen voor Uniegoederen.
3. Validaties en foutafhandelingen
In de MIG staat aangegeven welke gegevens in een TSD moeten worden opgenomen en of die gegevens verplicht, optioneel of conditioneel zijn. Daarnaast bevat de MIG zogenaamde Rules & Conditions (R&C). De R&C beschrijven welke checks en validaties gedaan worden. Als de gegevens van een ATO niet aan de eisen van de R&C voldoen, dan kan dit leiden tot een afwijzing van de ATO. Als een ATO wordt afgekeurd, dan verstuurt de Douane hierover een bericht.
Hieronder staan de Rules & Conditions genoemd die hierna worden toegelicht. Ook wordt per R&C beschreven welke actie een aangever moet nemen om een juiste ATO in te dienen.
3.1 Master B/L nummer dat in meerdere ATO’s voorkomt
- In de TSD kan naar slechts 1 master consignment worden verwezen.
- Als eerst naar bezoek A en daarna naar bezoek B wordt verwezen, dan is het eindresultaat dat de consignment gekoppeld is aan bezoek B.
3.2 Warehouse
- Voor goederen aan boord van doorvaarder wordt ATO ingediend d.m.v. een TSD-bericht.
- Onder een binnenkomende doorvaarder wordt verstaan:
- een uit zee binnenkomend schip (veelal een coaster) met niet-Uniegoederen bestemd voor een haven in het achterland (bijv. Nijmegen of haven in Duitsland);
- een uit zee binnengekomen schip met niet-Uniegoederen dat in de haven van eerste binnenkomst alle formaliteiten bij binnenbrengen heeft vervuld en daar een gedeelte van de niet-Uniegoederen heeft gelost en met de resterende niet-Uniegoederen doorvaart naar een haven in het achterland.
- Het veld “Warehouse” (vergunningnummer RTO-opslaghouder) is verplicht in de TSD. Als het vergunningnummer niet bekend is, kan worden volstaan met een ligplaatscode uit de N24 tabel van het codeboek Douane.
- Doorvaarders: De aangever dient bij het vergunningnummer van de RTO-opslaghouder een alternatieve waarde in te vullen, nl “Passing Through Without Unloading” (rule R-CARGO-033).
- Voor het vervoer naar het achterland moet een T1-document zijn ingediend. Deze dient te verwijzen naar het master B/L nummer in de TSD.
- Worden goederen ingevoerd in NL? Dan invoeraangifte doen.
- Worden goederen opgeslagen in NL? Dan opslagaangifte doen.
- Worden Uniegoederen “binnengebracht”? Dan Uniestatus aantonen d.m.v. ‘supporting documents’ in de ATO.
3.3 Te informeren partij
Op masterniveau geldt in de ATO het volgende:
- Als de geadresseerdebekend is, dan is het niet verplicht (optioneel) om de te informeren partij in te vullen.
- Als de geadresseerde onbekend is,dan moet de te informeren partij worden ingevuld. Deze verplichting geldt alleen voor een TSD met house- en mastergegevens. Bij een TSD met alleen mastergegevens is de te informeren partij optioneel. De geadresseerde moet altijd ingevuld worden.
- Code10600 (CL701) betekent Geadresseerde onbekend.
Op houseniveau kan geen te informeren partij worden gemeld en is de code 10600 niet van toepassing. Hier zijn verzender en geadresseerde altijd verplicht.
Onderdeel van